ECLI:NL:HR:2011:BO9575
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- W.A.M. van Schendel
- F.B. Bakels
- C.A. Streefkerk
- C.E. Drion
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt betekenis 'delivered duty unpaid' in overeenkomst van opdracht douaneformaliteiten
In deze zaak stond de uitleg van een overeenkomst van opdracht centraal, waarbij partijen afspraken hadden gemaakt over het verrichten van douaneformaliteiten. Eiseressen stelden dat de betekenis van de clausule 'delivered duty unpaid' anders moest worden geïnterpreteerd dan door de lagere rechterlijke instanties.
De zaak doorliep de rechtbank Amsterdam en het gerechtshof Amsterdam, waarbij laatstgenoemde het geschil beslechtte. Eiseressen stelden beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof, waarbij zij zich onder meer beroeptten op de wilsvertrouwensleer en de interpretatie van de ICC Incoterms 1990.
De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren. Hiermee werd het beroep verworpen en de kosten aan eiseressen opgelegd.
Het arrest bevestigt dat de betekenis van de conditie 'delivered duty unpaid' in overeenstemming is met de gangbare interpretatie binnen de Incoterms en dat de overeenkomst van opdracht voor douaneformaliteiten aldus moet worden begrepen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseressen wordt verworpen en zij worden veroordeeld in de kosten.