ECLI:NL:PHR:2011:BO9575
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet bewezen opdrachtgeverschap bij douaneformaliteiten ondanks factuurbetaling en verzoeken
Deze zaak betreft een geschil over de vraag of tussen eiseres 1 en 2 en verweerster een overeenkomst van opdracht is gesloten voor het verrichten van douaneformaliteiten, waarbij verweerster de kosten van invoerrechten zou moeten vergoeden.
Eiseres 1 en 2 heeft in 1999 meerdere T1-documenten opgemaakt voor goederen die verweerster aan derden had verkocht. Verweerster betaalde de facturen van eiseres 1 en 2, maar het hof oordeelde dat het opdrachtgeverschap niet was bewezen. Het hof baseerde dit op omstandigheden zoals de toepassing van de Incoterm 'delivered duty unpaid Rotterdam', het feit dat het contact over de documenten vooral met afnemers plaatsvond, en dat verweerster slechts eenmaal expliciet aangaf de kosten te dragen.
Eiseres 1 en 2 stelde dat zij verweerster als opdrachtgever mocht beschouwen, mede omdat zij facturen betaalde en verzoeken deed. De Hoge Raad oordeelde echter dat het hof een juiste afweging had gemaakt, waarbij de wilsvertrouwensleer werd toegepast. Het hof had terecht geoordeeld dat de omstandigheden tezamen niet voldoende waren om het opdrachtgeverschap te bewijzen. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het oordeel dat het opdrachtgeverschap van verweerster niet is bewezen blijft in stand.