ECLI:NL:HR:2011:BO6737
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- W.M.E. Thomassen
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Nietigheid wegens schending dagvaardingstermijn in enkelvoudige kamer
In deze zaak heeft de verdachte beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam. Het geschil betrof de schending van de wettelijke dagvaardingstermijn van tien dagen zoals voorgeschreven in artikel 413 Sv Pro, welke ook geldt voor de enkelvoudige kamer.
De dagvaarding was op 25 juni 2009 uitgereikt voor een zitting op 30 juni 2009, waardoor de termijn van tien dagen niet werd gerespecteerd. Er was geen toestemming van de verdachte voor deze verkorting en de verdachte was niet verschenen op de terechtzitting.
Het Hof had het onderzoek ter terechtzitting moeten schorsen op grond van artikel 413 Sv Pro in samenhang met artikel 265, derde lid, Sv. Door dit niet te doen en het onderzoek voort te zetten, heeft het Hof gehandeld in strijd met een behoorlijke procesorde, hetgeen nietigheid van het onderzoek en de uitspraak tot gevolg heeft.
De Hoge Raad vernietigde daarom het bestreden arrest en verwees de zaak terug naar het Gerechtshof Amsterdam voor hernieuwde behandeling en beslissing in hoger beroep.
Uitkomst: Het arrest van het Hof is vernietigd wegens schending van de dagvaardingstermijn en de zaak is terugverwezen voor hernieuwde behandeling.