ECLI:NL:HR:2011:BO6690
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- H.A.G. Splinter-van Kan
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt strafoplegging wegens strijd met art. 14a Sr en wijst zaak terug
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin verdachte is veroordeeld voor meerdere misdrijven gepleegd tussen december 2004 en maart 2005. Het hof legde een gevangenisstraf van 46 maanden op, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
De Hoge Raad oordeelt dat de strafoplegging in strijd is met het toepasselijke art. 14a Sr zoals dat gold tot 1 februari 2006. Dit artikel regelt de maximale duur van voorlopige hechtenis en de wijze van strafoplegging. De Hoge Raad vernietigt daarom de strafoplegging, maar laat het overige van het arrest in stand.
De zaak wordt terugverwezen naar het Gerechtshof Amsterdam om de strafoplegging opnieuw te beoordelen en af te doen binnen het bestaande hoger beroep. Het cassatiemiddel van verdachte wordt verworpen omdat het niet leidt tot cassatie. De Hoge Raad motiveert dit kort en wijst op het belang van rechtsontwikkeling en rechtseenheid.
Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken op 1 februari 2011.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de strafoplegging wegens strijd met art. 14a Sr en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting.