ECLI:NL:HR:2011:BO1303
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.A.C.A. Overgaauw
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt renteaftrekbeperking wegens onderkapitalisatie zonder strijd met EG-Verdrag
Belanghebbende, een accountants- en belastingadvieskantoor, kreeg voor het jaar 2004 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd waarbij een deel van de renteaftrek werd geweigerd op grond van artikel 10d van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 vanwege onderkapitalisatie. De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond en de Hoge Raad bevestigt deze uitspraak.
De kern van het geschil betrof de vraag of artikel 10d van de Wet in strijd is met het gelijkheidsbeginsel omdat het een andere regeling kent dan artikel 10a, dat een tegenbewijsregeling bevat. Daarnaast werd betoogd dat artikel 10d strijdig zou zijn met het EG-Verdrag, met name artikel 43 EG Pro (thans artikel 49 VWEU Pro) inzake vrijheid van vestiging.
De Hoge Raad oordeelt dat er geen sprake is van ongelijke behandeling in de zin van het EVRM en IVBPR, omdat de verschillende bepalingen niet leiden tot ongelijke behandeling van gelijke gevallen. Ook is er geen sprake van een belemmering van de vrijheid van vestiging, aangezien de regeling niet discrimineert tussen binnenlandse en grensoverschrijdende activiteiten.
Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bekrachtigd. De Hoge Raad wijst tevens af dat proceskosten worden toegewezen aan belanghebbende.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de renteaftrekbeperking op grond van artikel 10d Wet Vpb wordt bevestigd.