ECLI:NL:HR:2011:BN8719
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- M.W.C. Feteris
- R.J. Koopman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geen schending gemeenschapsrecht bij dubbele successiebelasting Nederland-België
Belanghebbende was gerechtigd tot een vierde van de nalatenschap van zijn vader, die in 2002 overleed en zijn laatste woonplaats in België had. De nalatenschap omvatte onder meer de helft van de aandelen in een Nederlandse besloten vennootschap die als onroerendezaaklichaam werd aangemerkt. Zowel Nederland als België legden successierechten op over deze verkrijging, wat leidde tot dubbele belastingheffing.
De Inspecteur verleende geen vermindering van het Nederlandse successierecht ter voorkoming van dubbele belasting voor de aandelen, waarop belanghebbende bezwaar maakte. De Rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond en verminderde de aanslag. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van belanghebbende ongegrond verklaard en bevestigd dat geen sprake is van schending van het gemeenschapsrecht.
De Hoge Raad overwoog dat Nederland geen verplichting heeft om zijn belastingstelsel aan te passen om dubbele belasting te voorkomen zolang er geen sprake is van verboden discriminatie. De dubbele belasting is het gevolg van de parallelle uitoefening van fiscale bevoegdheden door Nederland en België, zonder dat een belastingverdrag of unificatie bestaat. De uitspraak bevestigt dat het gemeenschapsrecht geen algemene criteria bevat voor de verdeling van bevoegdheden bij successierechten binnen de EU.
Uitkomst: Het cassatieberoep is ongegrond verklaard; geen schending van het gemeenschapsrecht bij dubbele successiebelasting.