ECLI:NL:HR:2011:BN3437
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- A.R. Leemreis
- E.N. Punt
- Rechtspraak.nl
Prejudiciële vraag over btw-vrijstelling bij levering van verbouwd gebouw
Belanghebbende verkreeg in 2004 appartementsrechten van een onroerende zaak die verbouwd werd tot een nieuw gebouw. Voor de levering waren sloop- en verbouwingswerkzaamheden verricht door de verkoper, na levering voortgezet door belanghebbende. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting op omdat de levering vrijgesteld was van btw volgens het Hof.
Belanghebbende stelde dat de levering belast was met btw omdat het gebouw nog niet in gebruik was genomen en de verbouwing tot nieuw gebouw diende. Het Hof oordeelde echter dat het ging om een levering van een bestaand gebouw vrijgesteld van btw. De Hoge Raad stelde prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie over de uitleg van de Zesde richtlijn inzake het tijdstip waarop een levering als nieuw gebouw wordt aangemerkt en de btw-vrijstelling vervalt.
De Hoge Raad hield de procedure aan en schorst het geding totdat het Hof van Justitie uitspraak doet over de vraag of de levering van een gebouw dat verbouwd wordt tot nieuw gebouw, waarbij werkzaamheden voor en na levering door verschillende partijen zijn verricht, belast moet worden met btw of vrijgesteld blijft.
Uitkomst: De Hoge Raad schorst de procedure en legt prejudiciële vragen voor aan het Hof van Justitie over de btw-vrijstelling bij levering van een verbouwd gebouw.