ECLI:NL:HR:2010:BO7489
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- A.R. Leemreis
- J.A.C.A. Overgaauw
- P.M.F. van Loon
- Rechtspraak.nl
Toepassing standaardvoorwaarden geruisloze inbreng bij vennootschapsbelasting
Belanghebbende heeft per 1 december 2000 een onderneming ingebracht in een BV en verzocht om deze omzetting geruisloos te laten plaatsvinden volgens artikel 18 Wet Pro IB 1964. De Inspecteur stelde voorwaarden in een beschikking vast, welke belanghebbende niet betwistte. In 2002 verkocht belanghebbende een deelneming en behaalde een resultaat dat in geschil was voor de toepassing van de deelnemingsvrijstelling.
De Rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar het Hof vernietigde deze uitspraak en oordeelde dat de aanslag verminderd moest worden. De Hoge Raad stelde vast dat hoewel de beschikking onherroepelijk is, zowel de belastingplichtige als de BV de rechtsgeldigheid van de voorwaarden kunnen aanvechten in een procedure tegen een aanslag.
De Hoge Raad oordeelde dat standaardvoorwaarde 8a niet in strijd is met het recht en dat het Hof terecht heeft geoordeeld dat de deelnemingsvrijstelling niet van toepassing is op het behaalde resultaat. Het beroep in cassatie werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de aanslag vennootschapsbelasting blijft gehandhaafd.