ECLI:NL:HR:2010:BO6055

Hoge Raad

Datum uitspraak
3 december 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/02975
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 350 lid 3 onder f Fw
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatie tegen toewijzing schuldsaneringsregeling ondanks bekende feiten

In deze zaak stond de vraag centraal of de rechtbank, die het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling had toegewezen, reeds bekend was met feiten die op grond van artikel 350 lid 3 onder Pro f Fw tot afwijzing van het verzoek hadden moeten leiden. De rechtbank Roermond had het verzoek toegewezen, waarna het gerechtshof te 's-Hertogenbosch dit arrest bevestigde. Tegen dit arrest stelde de bewindvoerder beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad verwijst naar het geding in de feitelijke instanties en het cassatieberoep, waarbij de verweerders in cassatie niet zijn verschenen en geen verweerschrift hebben ingediend. De conclusie van de Advocaat-Generaal strekte tot verwerping van het cassatieberoep.

De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat nadere motivering niet nodig is, aangezien de klachten geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen. Het cassatieberoep wordt derhalve verworpen.

Het arrest is gewezen door de raadsheren Hammerstein, Bakels en Drion en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Numann op 3 december 2010.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof dat de schuldsaneringsregeling toewijst blijft in stand.

Uitspraak

3 december 2010
Eerste Kamer
10/02975
DV/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoekster],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
1. [Verweerder 1],
2. [Verweerster 2],
beiden wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de bewindvoerder en [verweerder] c.s.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak met de insolventienummers 09/161 R - 09/162 R en 010/17 F - 010/18 F van de rechtbank Roermond van 27 januari 2010,
b. het arrest in de zaak HV 200.055.852/01 van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 5 juli 2010.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft de bewindvoerder beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerder] c.s. hebben geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, F.B. Bakels en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 3 december 2010.