ECLI:NL:HR:2010:BO4481

Hoge Raad

Datum uitspraak
17 december 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/03442
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 288 lid 1 onder a FaillissementswetArt. 81 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens belastingschulden te goeder trouw

De zaak betreft een verzoeker die in cassatie is gegaan tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam waarin het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling (WSNP) werd afgewezen. De kern van het geschil was of de belastingschulden van verzoeker te goeder trouw waren ontstaan, hetgeen een vereiste is voor toepassing van de regeling op grond van artikel 288 lid 1 onder Pro a van het Faillissementswet.

De rechtbank Amsterdam had het verzoek eerder afgewezen, waarna het hof dit oordeel bevestigde. Verzoeker stelde in cassatie dat het hof ten onrechte had geoordeeld dat de belastingschulden niet te goeder trouw waren ontstaan. De Hoge Raad overwoog dat de klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Uiteindelijk verwierp de Hoge Raad het cassatieberoep en bevestigde daarmee het arrest van het hof. Hiermee bleef de afwijzing van het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling in stand, omdat de belastingschulden te goeder trouw waren ontstaan en dus niet onder de regeling vielen.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling afgewezen.

Uitspraak

17 december 2010
Eerste Kamer
10/03442
EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen.
Verzoeker tot cassatie zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaken 453071/FT RK 10.422 en 454598/FT RK 10.539 van de rechtbank Amsterdam van 1 juni 2010,
b. het arrest in de zaak 200.068.030/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 23 juli 2010.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, W.A.M. van Schendel en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 17 december 2010.