ECLI:NL:HR:2010:BO3638
Hoge Raad
- Cassatie
- C. Schaap
- M.W.C. Feteris
- R.J. Koopman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitspraak inzake aanslag inkomstenbelasting 2004 na beroep in cassatie
Belanghebbende kreeg voor het jaar 2004 een aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur deze aanslag. De Rechtbank te Breda verklaarde het beroep tegen deze uitspraak ongegrond. Belanghebbende ging in hoger beroep bij het Hof, dat de uitspraak van de Rechtbank bevestigde.
Vervolgens stelde belanghebbende beroep in cassatie in bij de Hoge Raad en voerde meerdere klachten aan. De Staatssecretaris van Financiën diende een verweerschrift in, en belanghebbende een conclusie van repliek. Op verzoek van belanghebbende werd de zaak aangehouden in afwachting van een arrest van het HvJ EU, dat later bij de beoordeling werd betrokken.
De Hoge Raad oordeelt dat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat nadere motivering niet nodig is op grond van artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie. Er zijn geen gronden voor veroordeling in proceskosten. Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard.