ECLI:NL:HR:2010:BO3555

Hoge Raad

Datum uitspraak
24 december 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/03148
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 382 RvArt. 383 Rv
Verwijzingen
6 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt verwerping beroep tot herroeping binnen termijn art. 383 Rv

In deze zaak heeft eiseres beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 26 mei 2009. Het geschil betreft de vraag of de vordering tot herroeping van een vonnis binnen de termijn van artikel 383 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is ingesteld. De Hoge Raad verwijst naar eerdere vonnissen en arresten in de zaak, waaronder het vonnis van de kantonrechter Breda en het arrest van het hof van 15 januari 2008.

De conclusie van de Advocaat-Generaal strekte tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad oordeelt dat de klachten van eiseres niet tot cassatie kunnen leiden en dat nadere motivering niet nodig is, omdat de klachten geen rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling opleveren.

Het arrest is gewezen door de raadsheren Van Buchem-Spapens, Van Oven en Streefkerk en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Numann op 24 december 2010. Tegen verweerster is verstek verleend en eiseres is in de kosten van het geding in cassatie veroordeeld, die aan de zijde van verweerster op nihil zijn begroot.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen en zij wordt in de kosten veroordeeld.

Uitspraak

24 december 2010
Eerste Kamer
09/03148
EV/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiseres],
wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. R.A. van der Hansz,
t e g e n
[Verweerster],
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en [verweerster].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in het kort geding in de zaak 442630 VV EXPL 07-40 van de kantonrechter Breda, locatie Bergen op Zoom van 14 juni 2007;
b. het arrest in de zaak met rolnummer C0700794/BR van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 15 januari 2008;
c. het arrest in de zaak HD 200.011.976 van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 26 mei 2009.
Het arrest van 26 mei 2009 van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van 26 mei 2009 heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen [verweerster] is verstek verleend.
De zaak is voor [eiseres] toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 24 december 2010.