ECLI:NL:GHSHE:2009:BI7756

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
26 mei 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
HD 200.011.976
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Aarts
  • Venner-Lijten
  • Slootweg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 383 Rv
Verwijzingen
1 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid vordering tot herroeping arrest wegens termijnoverschrijding

Eiseres tot herroeping heeft verzocht het arrest van het hof van 15 januari 2008 te herroepen omdat zij tijdens een UWV-hoorzitting op 21 februari 2008 ontdekte dat door gedaagde overgelegde re-integratieformulieren vals waren. Deze valsheid werd erkend door het UWV en de directeur van gedaagde.

Het hof overweegt dat het rechtsmiddel van herroeping ingevolge art. 383 Rv Pro binnen drie maanden na het ontstaan van de grond en bekendheid daarmee moet worden ingesteld, doch niet voordat het vonnis in kracht van gewijsde is gegaan. Het arrest van 15 januari 2008 werd kracht van gewijsde op 15 april 2008.

De dagvaarding tot herroeping van 13 augustus 2008 is daarmee niet tijdig, aangezien de termijn van drie maanden na 15 april 2008 was verstreken. Het primaire verweer van gedaagde dat eiseres niet-ontvankelijk is, wordt dan ook toegewezen. Het subsidiaire inhoudelijke verweer behoeft geen bespreking.

Eiseres wordt veroordeeld in de kosten van de procedure, die aan de zijde van gedaagde worden begroot op €303 aan verschotten en €1.788 aan salaris advocaat. Het arrest is gewezen door de rechters Aarts, Venner-Lijten en Slootweg en op 26 mei 2009 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot herroeping wegens overschrijding van de wettelijke termijn.

Uitspraak

zaaknr. HD 200.011.976
ARREST VAN HET GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH,
sector civiel recht,
achtste kamer, van 26 mei 2009,
gewezen in de zaak van:
[appellante],
wonende te [woonplaats],
eiseres tot herroeping bij exploot van 13 augustus 2008,
advocaat: mr. E.G.M. van Ewijk,
tegen:
SUPERMARKT [geintimeerde] BV,
gevestigd te [vestigingsplaats],
gedaagde bij gemeld exploot,
advocaat: mr. J.A.J. van de Wouw,
in het geding tot herroeping van het arrest van dit hof van 15 januari 2008 met rolnummer C0700794/BR, gewezen tussen eiseres tot herroeping – [appellante] - als appellante en gedaagde – Supermarkt [geintimeerde] - als geïntimeerde.
1. Het verloop van de procedure
1.1. In de dagvaarding tot herroeping heeft [appellante], onder overlegging van vier producties, geconcludeerd dat het hof voormeld arrest zal herroepen en partijen zal terugbrengen in de staat waarin zij voor voormeld arrest waren, met veroordeling van Supermarkt [geintimeerde] in de kosten van het geding.
1.2. Supermarkt [geintimeerde] heeft bij memorie van antwoord verweer gevoerd.
1.3. [appellante] heeft, onder overlegging van zes producties, gerepliceerd. Supermarkt [geintimeerde] heeft, onder overlegging van drie producties, gedupliceerd.
1.4. Vervolgens hebben partijen de gedingstukken overgelegd en om uitspraak gevraagd.
2. Het geschil
2.1. Het gaat in dit geschil om het volgende.
2.2. [appellante] heeft in de dagvaarding tot herroeping en bij conclusie van repliek, kort gezegd, aangevoerd dat het hof zijn oordeel in het arrest van 15 januari 2008, dat Supermarkt [geintimeerde] de betaling van haar loon terecht heeft opgeschort, mede heeft gebaseerd op door Supermarkt [geintimeerde] (in eerste en tweede aanleg) in het geding gebrachte formulieren van het UWV, betreffende haar re-integratie. [appellante] is echter tijdens een hoorzitting bij het UWV op 21 februari 2008 bekend geworden met het feit dat deze formulieren door Supermarkt [geintimeerde] zijn vervalst. Supermarkt [geintimeerde] heeft de formulieren geantidateerd en één formulier voor [appellante] getekend, door dit te voorzien van haar eigen paraaf. Het UWV heeft deze valsheid in geschrifte eveneens geconstateerd en de directeur van Supermarkt [geintimeerde] heeft dit erkend. Nu het arrest van het hof van 15 januari 2008 berust op deze formulieren, waarvan de valsheid na het arrest van 15 januari 2008 is vastgesteld, bestaat er aanleiding om dat arrest te herroepen, aldus [appellante].
2.3. Supermarkt [geintimeerde] heeft verweer gevoerd. Zij heeft er primair op gewezen dat [appellante] niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in haar vordering, nu de termijn voor het aanwenden van het rechtmiddel van herroeping is verstreken op 15 of 16 juli 2008, in elk geval vóór 1 augustus 2008, mitsdien (ruim) vóór de betekening van de inleidende dagvaarding van 13 augustus 2008. Supermarkt [geintimeerde] heeft subsidiair inhoudelijk verweer gevoerd.
3. De beoordeling
3.1. Het hof stelt voorop dat ingevolge artikel 383 Rv Pro het rechtsmiddel van herroeping dient te worden aangewend binnen drie maanden nadat de grond voor de herroeping is ontstaan en de eiser daarmee bekend is geworden, met dien verstande dat de termijn niet aanvangt dan nadat het vonnis in kracht van gewijsde is gegaan.
3.2. Anders dan [appellante] in de conclusie van repliek stelt, is de datum waarop het UWV een besluit heeft genomen (22 april 2008) en de datum waarop de beroepstermijn zou verstrijken (2 juni 2008) in dit verband niet relevant.
3.3. Uitgaande van de door [appellante] gestelde datum van ontdekking van de als grond voor de herroeping gestelde valsheid in geschrift (21 februari 2008) en de datum van het in kracht van gewijsde gaan van het arrest van 15 januari 2008 (15 april 2008), is de dagvaarding tot herroeping (van 13 augustus 2008) niet tijdig uitgebracht.
3.4. Dit betekent dat het primaire verweer van Supermarkt [geintimeerde], dat [appellante] niet-ontvankelijk dient te worden verklaart in haar vordering, doel treft. Het subsidiaire (inhoudelijke) verweer behoeft derhalve geen bespreking.
3.5. De conclusie is dat [appellante] niet-ontvankelijk is in haar vordering tot herroeping van het arrest van 15 januari 2008.
3.6. [appellante] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van de procedure worden veroordeeld.
4. De uitspraak
Het hof:
verklaart [appellante] niet-ontvankelijk in haar vordering tot herroeping van het arrest van dit hof van 15 januari 2008;
veroordeelt [appellante] in de kosten van de procedure, aan de zijde van Supermarkt [geintimeerde] begroot op € 303,- aan verschotten en € 1.788,- aan salaris advocaat en verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit arrest is gewezen door mrs. Aarts, Venner-Lijten en Slootweg en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 26 mei 2009.