ECLI:NL:HR:2010:BO2417
Hoge Raad
- Cassatie
- A. Hammerstein
- F.B. Bakels
- C.E. Drion
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad arrest over renvooiprocedure en bewijsovereenkomst in civiele zaak
In deze civiele procedure stond een geschil tussen eiser en Rabobank centraal, waarbij het ging om de toepassing van de renvooiprocedure en de hoogte van de vordering. Eiser stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam, dat eerder de vorderingen van eiser had afgewezen.
De Hoge Raad verwijst naar eerdere vonnissen van de rechtbank Amsterdam en het arrest van het gerechtshof, die aan het arrest gehecht zijn. Rabobank is in cassatie niet verschenen en tegen haar is verstek verleend. De advocaat van eiser heeft de zaak toegelicht.
De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad volgt dit advies en oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie is geen nadere motivering vereist omdat de klachten geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen.
De Hoge Raad verwerpt het beroep en veroordeelt eiser in de kosten van het cassatiegeding, die aan de zijde van Rabobank nihil worden begroot. Het arrest is gewezen door de raadsheren Hammerstein, Bakels en Drion en in het openbaar uitgesproken door Numann op 24 december 2010.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en hij wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.