ECLI:NL:PHR:2010:BO2417
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewijsovereenkomst boekenclausule in renvooiprocedure hypotheekvordering
Deze zaak betreft een renvooiprocedure over de verdeling van de opbrengst van een executoriale verkoop van een appartementsrecht, waarbij de Rabobank haar vordering preferent wilde laten rangschikken tot een bedrag van Euro 131.727,43. Eiser betwistte de hoogte van deze vordering.
De rechtbank oordeelde dat de administratie van de Rabobank als bewijs diende voor de vordering, mede op grond van de in de algemene bankvoorwaarden opgenomen boekenclausule, en wees de vordering toe. Het gerechtshof bevestigde dit oordeel en stelde dat eiser onvoldoende gemotiveerd tegenbewijs had geleverd.
In cassatie stelde eiser dat de Rabobank onvoldoende specificaties had verstrekt en dat hij bankafschriften had overgelegd die een lagere schuld zouden aantonen. De Hoge Raad overwoog dat de boekenclausule inhoudt dat de bankadministratie volledig bewijs levert, tenzij de cliënt gemotiveerd tegenbewijs levert. Eiser had dit niet gedaan, waardoor het hof en de rechtbank terecht van de administratie zijn uitgegaan.
Het middel van eiser faalt, en de Hoge Raad verwerpt het beroep. De uitspraak bevestigt de bewijskracht van de boekenclausule in bankovereenkomsten en de stelplicht van de cliënt bij betwisting van de schuldpositie.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de Rabobank mag haar vordering preferent rangschikken tot het opgegeven bedrag.