ECLI:NL:HR:2010:BO2025
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitspraak Gerechtshof Arnhem inzake voorlopige aanslagen inkomstenbelasting
In deze zaak heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van X te Z behandeld tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem van 27 oktober 2009. Het geschil betrof de rechtmatigheid van voorlopige aanslagen en een definitieve aanslag in de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen.
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie afgedaan met toepassing van artikel 81 van Pro de Wet op de Raad van State, waarmee het beroep niet-ontvankelijk werd verklaard. Hierdoor bleef het arrest van het Gerechtshof Arnhem ongewijzigd van kracht.
De uitspraak bevestigt de rechtspraak van het hof en onderstreept de beperkte mogelijkheden tot cassatie tegen beslissingen over voorlopige aanslagen in het belastingrecht. De Hoge Raad geeft hiermee duidelijkheid over de rechtspositie van belastingplichtigen in vergelijkbare situaties.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het arrest van het Gerechtshof Arnhem wordt bekrachtigd.