ECLI:NL:GHARN:2009:BK3229
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaar voorlopige en definitieve belastingaanslagen 2001
Belanghebbende kreeg voor het jaar 2001 drie belastingaanslagen opgelegd: twee voorlopige (H11 en H12) en één definitieve aanslag (H16). Tegen deze aanslagen maakte belanghebbende bezwaar, dat door de Inspecteur deels niet-ontvankelijk werd verklaard. De rechtbank vernietigde de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar tegen de definitieve aanslag en handhaafde de aanslag.
In hoger beroep stelde belanghebbende dat ook de niet-ontvankelijkverklaring van de bezwaren tegen de voorlopige aanslagen onjuist was. Het hof oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat belanghebbende geen belang meer had bij de voorlopige aanslagen, en dat de Inspecteur de bezwaren tegen deze voorlopige aanslagen ten onrechte niet-ontvankelijk had verklaard.
Het hof besloot dat het beroep mede gericht is tegen de uitspraken op bezwaar van 16 januari 2009 en dat het niet nodig is de zaak terug te verwijzen naar de rechtbank. Belanghebbende had onvoldoende bewijs geleverd voor de aftrek wegens verliezen op durfkapitaal. Het hoger beroep werd daarom materieel ongegrond verklaard, maar de aanslagen werden gehandhaafd en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: Het hof verklaart het beroep gegrond, vernietigt de niet-ontvankelijkverklaring van de bezwaren tegen de voorlopige en definitieve aanslagen en handhaaft de aanslagen.