ECLI:NL:HR:2010:BN9464
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing cassatie in zaak over onrechtmatige daad wateroverlast akkerbouwpercelen
In deze zaak vordert eiser, wonende te een woonplaats, schadevergoeding wegens onrechtmatige daad veroorzaakt door wateroverlast op zijn akkerbouwpercelen. Het geschil is in eerste aanleg behandeld door de rechtbank Rotterdam, die op 24 mei 2006 en 10 januari 2007 vonnissen heeft gewezen. Vervolgens heeft het gerechtshof te 's-Gravenhage op 10 februari 2009 arrest gewezen, waarin het oordeel van de rechtbank werd bevestigd.
Eiser stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof. Het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard, gevestigd te Rotterdam, trad op als verweerder in cassatie. De Advocaat-Generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat de klachten geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep, bevestigt daarmee de eerdere beslissingen en veroordeelt eiser in de kosten van het cassatiegeding. Het arrest is gewezen door de raadsheren Van Buchem-Spapens, Van Schendel, Streefkerk en uitgesproken door Hammerstein op 26 november 2010.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het hof, waardoor de vordering tot schadevergoeding wordt afgewezen.