ECLI:NL:HR:2010:BN7105

Hoge Raad

Datum uitspraak
29 oktober 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/00208
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 225 lid 2 RvArt. 81 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt voortzetting geding na overlijden procespartij en verwerpt cassatieberoep

In deze zaak stond centraal de vraag of het geding voortgezet kan worden op naam van de oorspronkelijke partij nadat deze is overleden, conform artikel 225 lid 2 Rv Pro. De Hoge Raad verwijst naar een eerder tussenarrest waarin dit bevestigd werd.

Het cassatieberoep betrof tevens de vraag of het beroep was ingesteld tegen de juiste partij volgens artikel 81 RO Pro. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten in het middel niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.

De Advocaat-Generaal had geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep, hetgeen door de Hoge Raad werd gevolgd. De eiseres werd veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, terwijl de verweerder geen kosten werd toegekend. Het arrest werd uitgesproken door raadsheer Numann en gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.

Uitkomst: Het cassatieberoep is verworpen en het geding wordt voortgezet op naam van de oorspronkelijke partij na overlijden.

Uitspraak

29 oktober 2010
Eerste Kamer
08/00208
DV/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiseres],
gevestigd te [woonplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. E. Grabandt,
t e g e n
[Verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en [verweerder].
1. Het geding
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar zijn tussenarrest van 6 november 2009. In dit arrest heeft de Hoge Raad bepaald dat het parket de gelegenheid zal krijgen nader te concluderen.
De nadere conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
2. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, J.C. van Oven, W.A.M. van Schendel en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op
29 oktober 2010.