ECLI:NL:HR:2010:BN7105
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- J.C. van Oven
- W.A.M. van Schendel
- C.A. Streefkerk
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt voortzetting geding na overlijden procespartij en verwerpt cassatieberoep
In deze zaak stond centraal de vraag of het geding voortgezet kan worden op naam van de oorspronkelijke partij nadat deze is overleden, conform artikel 225 lid 2 Rv Pro. De Hoge Raad verwijst naar een eerder tussenarrest waarin dit bevestigd werd.
Het cassatieberoep betrof tevens de vraag of het beroep was ingesteld tegen de juiste partij volgens artikel 81 RO Pro. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten in het middel niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.
De Advocaat-Generaal had geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep, hetgeen door de Hoge Raad werd gevolgd. De eiseres werd veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, terwijl de verweerder geen kosten werd toegekend. Het arrest werd uitgesproken door raadsheer Numann en gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het cassatieberoep is verworpen en het geding wordt voortgezet op naam van de oorspronkelijke partij na overlijden.