ECLI:NL:HR:2010:BN6239
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- E.J. Numann
- A. Hammerstein
- W.D.H. Asser
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over kennelijk onredelijk ontslag en ontslagvergoeding zonder toepassing kantonrechtersformule
In deze zaak stond de vraag centraal welke vergoeding aan eiser toekomt wegens het gegeven ontslag dat het hof kennelijk onredelijk achtte. Het hof had bij de vaststelling van de hoogte van de schadevergoeding gebruikgemaakt van de kantonrechtersformule verminderd met 30%, hetgeen volgens de Hoge Raad een onjuiste rechtsopvatting is.
De Hoge Raad verwijst naar een eerder arrest van 27 november 2009 waarin is bepaald dat bij een vordering wegens kennelijk onredelijk ontslag eerst moet worden vastgesteld of het ontslag kennelijk onredelijk is en dat bij de vaststelling van de vergoeding de kantonrechtersformule en een generieke korting daarop niet mogen worden toegepast.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het gerechtshof te 's-Gravenhage en verwijst de zaak voor verdere behandeling en beslissing terug naar het gerechtshof te Amsterdam. Tevens veroordeelt de Hoge Raad Delta in de kosten van het cassatiegeding.
De uitspraak benadrukt het belang van een individuele beoordeling van de ontslagvergoeding bij kennelijk onredelijk ontslag en wijst het gebruik van standaardkortingen af.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor verdere behandeling zonder toepassing van de kantonrechtersformule.