ECLI:NL:HR:2010:BN6190

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 oktober 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/00924
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:681 BWArt. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing cassatie bij kennelijk onredelijk ontslag met vergoeding conform sociaal plan

In deze zaak stond de vraag centraal of sprake was van kennelijk onredelijk ontslag in de zin van artikel 7:681 BW Pro. Eiseres, voormalig werknemer van VWTI, stelde dat haar ontslag onrechtmatig was en vorderde een vergoeding die verder ging dan het sociaal plan.

De rechtbank en het gerechtshof hadden het ontslag beoordeeld en de vergoeding conform het sociaal plan toegekend. Eiseres stelde tegen dit oordeel beroep in cassatie in bij de Hoge Raad, stellende dat het ontslag kennelijk onredelijk was en dat een hogere vergoeding toekwam.

De Hoge Raad oordeelde dat de in cassatie aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren. Het beroep werd verworpen en eiseres werd veroordeeld in de kosten van het geding.

Hiermee bevestigde de Hoge Raad het oordeel van het hof dat het ontslag niet kennelijk onredelijk was en dat de vergoeding conform het sociaal plan passend was.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het ontslag wordt niet kennelijk onredelijk geacht, vergoeding conform sociaal plan blijft van toepassing.

Uitspraak

8 oktober 2010
Eerste Kamer
09/00924
DV/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiseres],
wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. H.J.W. Alt,
t e g e n
INSTALLIX B.V., voorheen genaamd VOLKER WESSELS TELECOM INSTALLATIES B.V.,
gevestigd te Amersfoort,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaten: mr. N.T. Dempsey en mr. P.J.M. von Schmidt auf Altenstadt.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en VWTI.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 442108/CV 05-7753 BA van de kantonrechter te Amersfoort van 14 februari 2007;
b. het arrest in de zaak 104.003.567 van het gerechtshof te Amsterdam, nevenzittingsplaats Arnhem, van 25 november 2008.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
VWTI heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiseres] heeft bij brief van 17 september 2010 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van VWTI begroot op € 4.571,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren E.J. Numann en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 8 oktober 2010.