ECLI:NL:HR:2010:BM6857
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- W.M.E. Thomassen
- H.A.G. Splinter-van Kan
- C.H.W.M. Sterk
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over reikwijdte lijfsvisitatie Douanewet en rechtmatigheid bewijs
In deze strafzaak stond de rechtmatigheid van een lijfsvisitatie onder de Douanewet centraal. Op 31 mei 2006 werd een vrouw op Schiphol gecontroleerd na een reactie van een speurhond. Bij een onderzoek door douaneambtenaren werd een verdikking aan haar onderlichaam gevoeld, waarna een lijfsvisitatie met ontkleding plaatsvond. Hierbij werden pakketten cocaïne in haar onderbroek aangetroffen. De rechtbank sprak de verdachte vrij omdat het onderzoek aan het lichaam volgens haar niet rechtmatig was uitgevoerd.
De officier van justitie stelde dat de Douanewet, met name artikel 17, voldoende grondslag bood voor de lijfsvisitatie en dat de strafvorderlijke route niet exclusief was. Het hof oordeelde dat het onderzoek een oppervlakkig onderzoek aan het lichaam was en dat de Douanewet voldoende grondslag bood mits aan waarborgen was voldaan.
De Hoge Raad stelde echter dat het begrip lijfsvisitatie in artikel 17 Douanewet Pro primair betrekking heeft op onderzoek aan de kleding en dat verdergaand onderzoek aan het lichaam zonder toestemming van een hulpofficier of officier van justitie onrechtmatig is. Dit betekent dat het bewijs onrechtmatig verkregen was en uitgesloten moet worden. De Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting.
De uitspraak benadrukt de bescherming van het recht op persoonlijke levenssfeer en lichamelijke integriteit zoals neergelegd in de Grondwet en het EVRM, en stelt strikte voorwaarden aan de bevoegdheid tot lijfsvisitatie door douaneambtenaren.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en bepaalt dat het bewijs onrechtmatig is verkregen vanwege onjuiste toepassing van lijfsvisitatie, waarna de zaak wordt terugverwezen.