ECLI:NL:HR:2010:BM3294
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- M.W.C. Feteris
- R.J. Koopman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dat één conserverende aanslag voor voorwaardelijk onbelaste en belaste geconserveerde waarde is toegestaan
Belanghebbende verkreeg in 2004 aandelen uit een nalatenschap en werd aangeslagen in het recht van successie met een conserverende aanslag die zowel een voorwaardelijk onbelaste geconserveerde waarde als een belaste geconserveerde waarde omvatte. De Inspecteur wees het bezwaar af, maar de Rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde de uitspraak van de Inspecteur.
Het Hof verklaarde vervolgens het hoger beroep van zowel belanghebbende als Inspecteur ongegrond en bevestigde dat één conserverende aanslag voldeed aan de wettelijke voorschriften. Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof geen onjuiste rechtsopvatting had en dat de belasting over de geconserveerde waarde terecht bij één conserverende aanslag wordt geheven, conform artikel 31a en 37 van de Successiewet 1956. Het onderscheid tussen voorwaardelijk onbelaste en belaste geconserveerde waarde vereist geen afzonderlijke aanslagen. Het cassatieberoep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat één conserverende aanslag voor de verschillende geconserveerde waarden is toegestaan.