ECLI:NL:HR:2010:BM2467

Hoge Raad

Datum uitspraak
21 september 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/02839
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 6 EVRM
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt verwerping cassatieberoep in zaak noodweer met taakstraf

In deze zaak heeft de Hoge Raad het cassatieberoep beoordeeld tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage. De verdachte was veroordeeld tot een taakstraf van 80 uren wegens een noodweersituatie. Namens de verdachte werd cassatie ingesteld, maar de Hoge Raad oordeelt dat de middelen niet tot cassatie kunnen leiden en verwerpt het beroep.

Daarnaast constateert de Hoge Raad dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM is overschreden omdat meer dan twee jaar zijn verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. Gezien de aard van de opgelegde straf en de mate van overschrijding, verbindt de Hoge Raad hieraan geen rechtsgevolgen.

De uitspraak is gedaan door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, en het arrest is op 21 september 2010 uitgesproken. De Advocaat-Generaal had reeds geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de taakstraf van 80 uren blijft in stand.

Uitspraak

21 september 2010
Strafkamer
Nr. 08/02839
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 26 juni 2008, nummer 22/002072-07, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. H. Raza, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2. Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Gelet op de aan de verdachte opgelegde taakstraf van 80 uren en de mate waarin de redelijke termijn is overschreden, is er geen aanleiding om aan het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden enig rechtsgevolg te verbinden en zal de Hoge Raad met dat oordeel volstaan.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en M.A. Loth, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 21 september 2010.