ECLI:NL:HR:2010:BM2422
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.W. Ilsink
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep gemeenteraadslid Tilburg wegens overschrijding redelijke termijn
In deze strafzaak stond een gemeenteraadslid uit Tilburg terecht. Het cassatieberoep werd ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad oordeelde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering noodzakelijk was omdat geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren. Tevens constateerde de Hoge Raad dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden, aangezien meer dan twee jaar waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep.
Gezien de opgelegde geldboete van € 750,- of subsidiair 15 dagen hechtenis en de mate van termijnoverschrijding, zag de Hoge Raad geen aanleiding om rechtsgevolgen te verbinden aan deze overschrijding. Het beroep werd derhalve verworpen en het arrest werd op 26 oktober 2010 uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Strafkamer.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof bevestigd ondanks overschrijding van de redelijke termijn.