ECLI:NL:HR:2010:BM0897

Hoge Raad

Datum uitspraak
21 mei 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/02427
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 26 lid 2 WvgArt. 81 RO
Verwijzingen
5 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling nietigheid en termijn aanvang Wet voorkeursrecht gemeenten

In deze zaak stond centraal de vraag of de door de gemeente ingeroepen nietigheid op grond van artikel 26 lid 2 van Pro de Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg) ook de krediethypotheek treft, en of de rechter overeenkomsten waarvan hij geen kennis heeft kunnen nemen op die grond kan nietig verklaren.

Verzoeksters, bestaande uit een natuurlijke persoon en een rechtspersoon, waren in het geding tegen de gemeente Leerdam. De procedure begon bij de rechtbank Dordrecht en vervolgde bij het gerechtshof te 's-Gravenhage, waarna cassatie werd ingesteld bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van verzoeksters niet tot cassatie konden leiden en dat het niet nodig was om de rechtsvragen nader te motiveren, omdat deze niet van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het beroep werd verworpen en verzoeksters werden veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

De uitspraak bevestigt de toepassing van de termijn van acht weken zoals bedoeld in artikel 26 lid 2 Wvg Pro en beperkt de nietigheid tot de overeenkomsten waarvan de rechter kennis heeft kunnen nemen, waardoor niet alle gerelateerde zekerheden automatisch worden getroffen.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verzoeksters wordt verworpen en zij worden veroordeeld in de kosten.

Uitspraak

21 mei 2010
Eerste Kamer
09/02427
EE/IS
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
1. [Verzoekster 1],
wonende te [woonplaats],
2. [Verzoekster 2],
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERZOEKSTERS tot cassatie,
advocaat: mr. J.A.M.A. Sluysmans,
t e g e n
DE GEMEENTE LEERDAM,
zetelende te Leerdam,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. M.W. Scheltema.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoekster] c.s. en de Gemeente, verzoeksters tot cassatie ieder afzonderlijk ook als [verzoekster 1] en [verzoekster 2].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikkingen in de zaak 70426/HA RK 07-2042 van de rechtbank Dordrecht van 19 december 2007 en 7 mei 2008,
b. de beschikking in de zaken 200.010.907/01 en 200.012.812/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 17 maart 2009.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof hebben [verzoekster] c.s. beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Gemeente heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [verzoekster] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente begroot op € 358,38 aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren O. de Savornin Lohman, A. Hammerstein, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 21 mei 2010.