ECLI:NL:HR:2010:BL8296
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- W.A.M. van Schendel
- C.A. Streefkerk
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing cassatie in huurrechtelijke ontbindingszaak
In deze zaak vorderden eisers cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag betreffende een huurrechtelijk geschil over achterstallige huur en de ontbinding van de huurovereenkomst. De kern van het geschil betrof de vraag of sprake was van een toerekenbare tekortkoming van de huurder op grond van artikel 7:204 lid 2 BW Pro en de toepasselijkheid van het nieuwe huurrecht.
De Hoge Raad verwijst naar de eerdere vonnissen en arresten in de procedure bij de kantonrechter en het gerechtshof, waarbij tegen de verweerster verstek was verleend. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep.
De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat nadere motivering niet nodig is omdat geen rechtsvragen van belang voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn.
Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer op 23 april 2010.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eisers wordt verworpen door de Hoge Raad.