ECLI:NL:HR:2010:BL8296

Hoge Raad

Datum uitspraak
23 april 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/04577
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:204 lid 2 BWArt. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing cassatie in huurrechtelijke ontbindingszaak

In deze zaak vorderden eisers cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag betreffende een huurrechtelijk geschil over achterstallige huur en de ontbinding van de huurovereenkomst. De kern van het geschil betrof de vraag of sprake was van een toerekenbare tekortkoming van de huurder op grond van artikel 7:204 lid 2 BW Pro en de toepasselijkheid van het nieuwe huurrecht.

De Hoge Raad verwijst naar de eerdere vonnissen en arresten in de procedure bij de kantonrechter en het gerechtshof, waarbij tegen de verweerster verstek was verleend. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep.

De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat nadere motivering niet nodig is omdat geen rechtsvragen van belang voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn.

Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer op 23 april 2010.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eisers wordt verworpen door de Hoge Raad.

Uitspraak

23 april 2010
Eerste Kamer
08/04577
EE/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [Eiser 1],
2. [Eiseres 2],
beiden wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
[Verweerster],
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en [verweerster].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 05/6960 van de kantonrechter te 's-Gravenhage, locatie Delft, van 22 december 2005,
b. het arrest in de zaak 06/416 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 27 juli 2007.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen [verweerster] is verstek verleend.
De zaak is voor [eiser] c.s. toegelicht door hun advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren W.A.M. van Schendel en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 23 april 2010.