ECLI:NL:HR:2010:BL6439
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- M.W.C. Feteris
- Rechtspraak.nl
Vermindering aanslag inkomstenbelasting wegens genietingsmoment gelegateerde rentevordering
Belanghebbende kreeg in 1999 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd die gehandhaafd bleef na bezwaar en beroep. De zaak werd meerdere malen door de Hoge Raad vernietigd en verwezen naar verschillende gerechtshoven voor herbeoordeling.
De kern van het geschil betrof het genietingsmoment van een gelegateerde rentevordering uit de nalatenschap van de erflater die in oktober 1999 overleed. Het Hof Amsterdam oordeelde dat belanghebbende de rentevordering in 1999 genoot omdat deze vanaf het overlijden opeisbaar was.
De Hoge Raad stelde echter dat de rentevordering pas kan worden genoten nadat het legaat is afgegeven, wat pas in 2000 gebeurde. Hierdoor was de rente in 1999 niet vorderbaar en inbaar voor belanghebbende.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het Hof en de aanslag van de Inspecteur, en stelde de aanslag vast op een lager belastbaar inkomen. Tevens werden proceskosten aan de zijde van belanghebbende toegewezen.
Uitkomst: De aanslag inkomstenbelasting over 1999 wordt verminderd wegens het later genieten van de gelegateerde rentevordering.