ECLI:NL:HR:2010:BL5643

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 april 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/03863
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 60 SrArt. 179 WVW 1994Art. 179a WVW 1994Art. 8 WVW 1994
Verwijzingen
10 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vernietigt ontzegging rijbevoegdheid voor meerdere feiten in verkeerszaak

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem waarin verdachte werd veroordeeld voor meerdere feiten gepleegd op 28 februari 2005, waaronder het niet meewerken aan een ademonderzoek, bedreiging en belediging van politieambtenaren, en verzet tegen politie.

Het hof had de verdachte de ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen opgelegd voor meerdere feiten. De Hoge Raad oordeelt dat op grond van artikel 60 Sr Pro slechts één ontzegging van rechten kan worden opgelegd en dat voor de feiten van belediging en verzet tegen politie op grond van de Wegenverkeerswet 1994 geen ontzegging kan worden opgelegd.

De Hoge Raad vernietigt daarom het deel van het arrest dat de ontzegging van de rijbevoegdheid voor meerdere feiten betreft en beperkt de ontzegging tot het feit van het niet meewerken aan het ademonderzoek voor de duur van twaalf maanden. Het beroep wordt voor het overige verworpen.

De uitspraak bevestigt de strikte toepassing van de wettelijke regels omtrent ontzegging van rijbevoegdheid en benadrukt dat deze straf slechts eenmaal kan worden opgelegd, en niet voor feiten waarop de Wegenverkeerswet geen ontzegging voorziet.

De Hoge Raad sprak het arrest uit op 20 april 2010, waarbij de vice-president en twee raadsheren het arrest tekenden.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de ontzegging van de rijbevoegdheid voor meerdere feiten en beperkt deze tot één feit voor twaalf maanden.

Uitspraak

20 april 2010
Strafkamer
nr. 08/03863
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 15 april 2008, nummer 21/000591-07, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1953, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. J. Boksem, advocaat te Leeuwarden, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Knigge heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest, doch uitsluitend wat betreft de ontzegging van de rijbevoegdheid, tot ontzegging van het besturen van motorrijtuigen voor de duur van twaalf maanden ter zake van het onder 1 bewezenverklaarde en tot verwerping van het beroep voor het overige.
2. Beoordeling van het middel
2.1. Het middel klaagt over de door het Hof opgelegde ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen.
2.2. Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:
"1. hij op 28 februari 2005 te Tiel, als degene tegen wie verdenking was gerezen als bestuurder van een personenauto te hebben gehandeld in strijd met artikel 8 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 en aan wie door een opsporingsambtenaar was bevolen medewerking te verlenen aan een ademonderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van genoemde wet, niet heeft voldaan aan de verplichting ademlucht te blazen in een voor het onderzoek bestemd apparaat;
2. hij op 28 februari 2005 te Opheusden, gemeente Neder-Betuwe, [betrokkene 1] (agent van politie) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, hierin bestaande dat verdachte opzettelijk voornoemde [betrokkene 1] dreigend de woorden heeft toegevoegd dat hij hem dood zou maken, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
3. hij op 28 februari 2005 te Opheusden, gemeente Neder-Betuwe, opzettelijk beledigend ambtenaren, te weten [betrokkene 1] (agent van politie) en [betrokkene 2] (agent van politie), gedurende en terzake van de rechtmatige uitoefening van hun bediening, te weten in politiedienst aldaar zijnde, in dier tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd het woord "klootzakken";
4. hij op 28 februari 2005 te Opheusden, gemeente Neder-Betuwe, toen aldaar de in uniform geklede dienstdoende politieambtenaren [betrokkene 2] (agent van politie) en/of [betrokkene 1] (agent van politie) verdachte, als verdacht van het gepleegd hebben van een op heterdaad ontdekt strafbaar feit, hadden aangehouden en hadden vastgegrepen, teneinde verdachte over te brengen naar bureau van politie te Tiel, zich met geweld tegen genoemde opsporingsambtenaren, werkzaam in de rechtmatige uitoefening van hun bediening, heeft verzet door te rukken en te trekken in een richting tegengesteld aan die waarin die ambtenaren verdachte trachtten te geleiden."
2.3. Het Hof heeft de verdachte ter zake van deze feiten de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van twaalf maanden ontzegd.
2.4. Art. 60 Sr Pro, dat - behoudens het daarin te dezen niet ter zake doende onder 3º bepaalde - slechts van toepassing is op de ontzegging van de rechten vermeld in art. 28 Sr Pro, noch enige andere wettelijke bepaling voorziet in de ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor meer dan één misdrijf. Voorts kan, gelet op de art. 179 en Pro 179a WVW, die bevoegdheid niet worden ontzegd voor feiten als onder 3 en 4 bewezenverklaard.
2.5. Het middel klaagt terecht dat het Hof het een en het ander heeft miskend.
3. Slotsom
Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen;
ontzegt de verdachte ter zake van het onder 1 bewezenverklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van twaalf maanden, zijnde deze bijkomende straf gepast, gezien de aard van het feit;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en W.F. Groos, in bijzijn van de waarnemend griffier L.J.J. Okker-Braber, en uitgesproken op 20 april 2010.