ECLI:NL:HR:2010:BL5444

Hoge Raad

Datum uitspraak
16 april 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/01732
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:685 lid 11 BWArt. 81 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geen doorbreking van het rechtsmiddelenverbod bij aanvulling beroepsschrift in arbeidsrecht

In deze zaak stond centraal de vraag of het rechtsmiddelenverbod van artikel 7:685 lid 11 BW Pro doorbroken kan worden door het indienen van een aanvulling op het beroepschrift in een arbeidsrechtelijke procedure. De zaak betrof een geschil tussen verzoekster en verweerster over een arbeidsrechtelijke kwestie, behandeld door de kantonrechter en het gerechtshof.

Verzoekster had beroep in cassatie ingesteld tegen de beschikking van het gerechtshof, waarin het beroep van verzoekster werd afgewezen. Verweerster heeft geen verweerschrift ingediend. De Advocaat-Generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep, waarop verzoeksters advocaat reageerde.

De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van verzoekster onvoldoende waren om tot cassatie te leiden en dat het rechtsmiddelenverbod van artikel 7:685 lid 11 BW Pro niet werd doorbroken door de aanvulling van het beroepschrift. De Hoge Raad wees het beroep af zonder nadere motivering, omdat geen rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.

De beschikking werd gegeven door de raadsheren Hammerstein, Bakels en Asser en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Numann op 16 april 2010.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het rechtsmiddelenverbod van art. 7:685 lid 11 BW wordt bevestigd.

Uitspraak

16 april 2010
Eerste Kamer
09/01732
EE/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[Verzoekster],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. R.A. van der Hansz,
t e g e n
[Verweerster],
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoekster] en [verweerster].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak 479637 AZ VERZ 08-73 van de kantonrechter te Breda, locatie Bergen op Zoom, van 14 mei 2008,
b. de beschikking in de zaak 200.011.569 van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 3 februari 2009.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerster] heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping.
De advocaat van [verzoekster] heeft bij brief van 3 maart 2010 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 16 april 2010.