ECLI:NL:HR:2010:BL1125
Hoge Raad
- Cassatie
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- J.C. van Oven
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Beperking verrekening loonvordering bij faillissement tot bedrag boven beslagvrije voet
In deze zaak heeft de rechtbank Arnhem op verzoek van [verweerder] [verzoeker] in staat van faillissement verklaard nadat [verzoeker] niet was verschenen bij de behandeling. [Verzoeker] kwam vervolgens in verzet tegen het vonnis, maar dit verzet werd door de rechtbank afgewezen. Het gerechtshof Arnhem bekrachtigde het vonnis van de rechtbank. Hiertegen stelde [verzoeker] beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad overwoog dat de appelrechter niet ambtshalve hoeft te toetsen of de rechtbank in eerste aanleg op grond van art. 2 lid 1 Fw Pro bevoegd was tot het uitspreken van het faillissement. Tevens werd bevestigd dat de verrekening van een loonvordering met een tegenvordering beperkt blijft tot het deel van het loon dat niet onder de beslagvrije voet valt.
De klachten van [verzoeker] konden niet leiden tot cassatie en behoefden geen nadere motivering, aangezien zij geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling opriepen. De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en het arrest van het hof bekrachtigd.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt verworpen en het faillissement wordt bekrachtigd.