ECLI:NL:HR:2010:BK8484

Hoge Raad

Datum uitspraak
16 februari 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07/12742 P
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel

In deze zaak heeft de Advocaat-Generaal bij het Hof een middel van cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch betreffende een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van de verdachte.

De raadsman van de verdachte heeft het beroep tegengesproken. De Hoge Raad oordeelt dat het middel niet tot cassatie kan leiden en, mede gelet op eerdere jurisprudentie (HR 7 juli 2009, LJN BI2307), geen nadere motivering behoeft omdat het middel geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproept.

Daarom wordt het beroep verworpen. Het arrest is gewezen door de raadsheren Splinter-van Kan, Groos en Sterk en uitgesproken op 16 februari 2010.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de Advocaat-Generaal wordt verworpen en de uitspraak van het gerechtshof blijft gehandhaafd.

Uitspraak

16 februari 2010
Strafkamer
Nr. 07/12742 P
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 19 april 2007, nummer 20/002261-06, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1950, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
1.1. Het beroep is ingesteld door de Advocaat-Generaal bij het Hof. Deze heeft bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Jörg heeft geconcludeerd dat de Advocaat-Generaal niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het beroep.
1.2. De raadsman van de betrokkene, mr. E. Maessen, advocaat te Maastricht, heeft het beroep tegengesproken.
2. Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Mede gelet op HR 7 juli 2009, LJN BI2307, NJ 2009, 422, behoeft dit, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer H.A.G. Splinter-van Kan als voorzitter, en de raadsheren W.F. Groos en C.H.W.M. Sterk, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 16 februari 2010.