ECLI:NL:HR:2010:BK6347
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.W. Ilsink
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep wegens ontbreken geldige middelen
Op 2 maart 2010 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in het cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch. Het beroep was ingesteld door verdachte en vertegenwoordigd door mr. P.A.M. Verkuijlen. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad beoordeelde het derde middel en stelde vast dat dit middel geen stellige en duidelijke klacht bevatte over de schending van een rechtsregel of het verzuim van een vormvoorschrift. Hierdoor kon dit middel niet in behandeling worden genomen. De overige middelen konden eveneens niet tot cassatie leiden. Gezien artikel 81 van Pro het Wetboek van Strafvordering was nadere motivering niet vereist omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad heeft het beroep derhalve verworpen en het arrest is gewezen door vice-president F.H. Koster als voorzitter en raadsheren J.W. Ilsink en M.A. Loth, uitgesproken op 2 maart 2010.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen wegens het ontbreken van geldige middelen.