ECLI:NL:HR:2010:BK5478

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 januari 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/01744
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing wanprestatievordering projectontwikkelaar jegens grondeigenaar

De Stichting Recreatie Centrum Nieuw-Helvoet vorderde in eerste aanleg dat [verweerster] werd veroordeeld wegens wanprestatie en onrechtmatig handelen in het kader van een exploitatieovereenkomst uit 1995. De rechtbank oordeelde dat [verweerster] wanprestatie had gepleegd, maar het hof vernietigde dit vonnis en wees de vorderingen af.

De Stichting stelde daarop beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad stelde vast dat de klachten van de Stichting geen aanleiding gaven tot cassatie, mede omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.

Het cassatieberoep werd verworpen en de Stichting werd veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie. Dit arrest bevestigt daarmee de afwijzing van de wanprestatievordering door het hof en sluit het geschil af.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de Stichting wordt verworpen en het arrest van het hof bevestigd.

Uitspraak

22 januari 2010
Eerste Kamer
08/01744
EE/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
DE STICHTING RECREATIE CENTRUM NIEUW-HELVOET,
gevestigd te Hellevoetsluis,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. H.J.W. Alt,
t e g e n
[Verweerster],
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de Stichting en [verweerster].
1. Het geding in feitelijke instanties
De Stichting heeft bij exploot van 10 december 2002 [verweerster] gedagvaard voor de rechtbank te Middelburg en gevorderd, kort gezegd,
- voor recht te verklaren dat [verweerster] ten opzichte van de Stichting wanprestatie heeft gepleegd, danwel onrechtmatig heeft gehandeld, in de uitvoering van de tussen partijen op 27 februari 1995 gesloten exploitatieovereenkomst aangevuld op 15 april 1995,
- [verweerster] te veroordelen om, bij wijze van voorschot op de uiteindelijk aan de Stichting te betalen schadevergoeding, aan de Stichting tegen behoorlijk bewijs van kwijting een bedrag te betalen van € 105.270,--, vermeerderd met de wettelijke rente,
- [verweerster] te veroordelen aan de Stichting te betalen de door haar totaal geleden en nog te lijden schade, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, te verminderen met het voorschot en
- [verweerster] te veroordelen in de kosten van het geding daaronder begrepen de voorlopige getuigenverhoren alsmede de kosten van de gelegde conservatoire beslagen.
[Verweerster] heeft de vorderingen bestreden.
De rechtbank heeft, na bij tussenvonnis van 31 maart 2004 een comparitie van partijen te hebben gelast, bij eindvonnis van 23 maart 2005 voor recht verklaard dat [verweerster] tegenover de Stichting wanprestatie heeft gepleegd in de uitvoering van de tussen partijen op 27 februari 1995 gesloten exploitatieovereenkomst aangevuld op 15 april 1995 en het meer of anders gevorderde afgewezen.
Tegen beide vonnissen van de rechtbank heeft [verweerster] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage. De Stichting heeft incidenteel hoger beroep ingesteld.
Bij arrest van 12 december 2007 heeft het hof het vonnis van de rechtbank vernietigd en de vorderingen van de Stichting alsnog afgewezen.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft de Stichting beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen [verweerster] is verstek verleend.
De zaak is voor de Stichting toegelicht door haar advocaat en mr. S. Kousedghi, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de Stichting heeft bij brief van 17 december 2009 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt de Stichting in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 22 januari 2010.