ECLI:NL:HR:2010:BJ9074
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- M.W.C. Feteris
- Rechtspraak.nl
Bevestiging navordering inkomstenbelasting grensarbeider na definitieve aanslag
Belanghebbende, een grensarbeider die in 2003 in België werkte en in Nederland woonde, deed bij zijn aangifte inkomstenbelasting een beroep op de compensatieregeling uit het Belastingverdrag Nederland-België. De Inspecteur legde een definitieve aanslag op gebaseerd op een bedrag aan Belgische bedrijfsvoorheffing dat later door de Belgische belastingdienst werd gecorrigeerd.
Naar aanleiding hiervan legde de Inspecteur een navorderingsaanslag op omdat de compensatie bij de definitieve Nederlandse aanslag te hoog was berekend. Zowel de Rechtbank als het Hof verklaarden het beroep van belanghebbende ongegrond en bevestigden de navordering.
De Hoge Raad oordeelt dat navordering op grond van artikel 16, lid 2, AWR mogelijk is wanneer Belgische heffingen ten onrechte of tot een onjuist bedrag zijn verrekend, ook als de Inspecteur bij het opleggen van de definitieve aanslag nog niet op de definitieve vaststelling van de Belgische heffingen kon rekenen.
De klachten van belanghebbende falen en het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard. Er worden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de navorderingsaanslag bevestigd.