ECLI:NL:HR:2009:BJ2009
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- J.A.C.A. Overgaauw
- P.M.F. van Loon
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en verwijzing in accijnszaak over vermissing en berekening accijnsbedragen
Belanghebbende, een onderneming die rooktabak en sigaretten produceert en verhandelt, kreeg een naheffingsaanslag en boete opgelegd wegens vermissing van accijnsgoederen in haar accijnsgoederenplaats. De rechtbank Leeuwarden vernietigde de aanslag en boete deels en oordeelde dat de accijns niet per kleinhandelsverpakking berekend hoefde te worden.
De Hoge Raad stelt vast dat vermiste accijnsgoederen volgens artikel 88 van Pro de Wet op de accijns worden beschouwd als uitgeslagen, waardoor accijns verschuldigd is. De rechtbank heeft ten onrechte geoordeeld dat accijns niet per kleinhandelsverpakking berekend mag worden; de tariefstructuur in artikel 35 Wet Pro accijns vereist juist een rekenkundige berekening per verpakking.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat de rechtbank ten onrechte de stelling van de inspecteur dat vernietiging van tabaksproducten niet voldoende was bewezen, als tardief heeft verworpen. De zaak wordt vernietigd en verwezen naar de rechtbank Arnhem voor verdere behandeling met inachtneming van deze richtlijnen. De Staat wordt veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht wordt aan belanghebbende vergoed.
Uitkomst: Het arrest vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling met instructies over accijnsberekening en bewijs van vernietiging.