ECLI:NL:HR:2009:BI7318

Hoge Raad

Datum uitspraak
15 september 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/00277
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • F.H. Koster
  • B.C. de Savornin Lohman
  • J.W. Ilsink
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Cassatie tegen niet-ontvankelijkheid hoger beroep en toepassing overgangsrecht art. 416.2 Sv

In deze zaak gaat het om een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage, waarbij de verdachte niet-ontvankelijk werd verklaard in het hoger beroep. De Hoge Raad heeft op 15 september 2009 uitspraak gedaan in deze zaak, die betrekking heeft op de toepassing van het overgangsrecht in het kader van artikel 416.2 van het Wetboek van Strafvordering. De verdachte, geboren in 1987, had beroep ingesteld tegen het verstekarrest van het Hof, dat op 4 december 2007 was gewezen. De advocaat van de verdachte, mr. A.H. Westendorp, heeft een middel van cassatie voorgesteld, dat aan het arrest is gehecht.

De waarnemend Advocaat-Generaal Bleichrodt heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof, zodat de zaak opnieuw kan worden berecht. De Hoge Raad heeft het middel gegrond verklaard op basis van de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal. De Hoge Raad oordeelt dat het Hof ten onrechte de verdachte niet-ontvankelijk heeft verklaard in het hoger beroep, en vernietigt de bestreden uitspraak.

De beslissing van de Hoge Raad houdt in dat de zaak wordt terugverwezen naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage, waar de zaak opnieuw zal worden behandeld. Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en J.W. Ilsink, in aanwezigheid van de waarnemend griffier J.D.M. Hart. De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige toepassing van het recht, vooral in zaken die onder het overgangsrecht vallen.

Uitspraak

15 september 2009
Strafkamer
nr. 08/00277
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 4 december 2007, nummer 22/003330-07, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. A.H. Westendorp, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De waarnemend Advocaat-Generaal Bleichrodt heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
2. Beoordeling van het middel
2.1. Het middel klaagt dat het Hof de verdachte ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard in het hoger beroep.
2.2. Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de waarnemend Advocaat-Generaal onder 3.2 tot en met 3.7 is het middel terecht voorgesteld.
3. Slotsom
Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof 's-Gravenhage, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en J.W. Ilsink, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 15 september 2009.