ECLI:NL:PHR:2009:BI7318
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens onjuiste toepassing overgangsrecht
In deze zaak oordeelde het hof dat verdachte niet-ontvankelijk was in het hoger beroep omdat hij niet binnen veertien dagen schriftelijk grieven had ingediend en ook mondeling geen bezwaren tegen het vonnis had opgegeven. Het hof paste daarbij artikel 416 Sv Pro toe zoals dat sinds 1 maart 2007 geldt, terwijl het vonnis in eerste aanleg was gewezen op 10 november 2006, vóór de inwerkingtreding van de wetswijziging.
De advocaat-generaal stelde dat het hof ten onrechte het nieuwe artikel 416 Sv Pro toepaste zonder rekening te houden met het overgangsrecht, dat bepaalt dat het nieuwe artikel niet van toepassing is op zaken waarin het vonnis in eerste aanleg vóór 1 maart 2007 is gewezen. De Hoge Raad volgt dit standpunt en vernietigt het arrest van het hof.
De zaak wordt terugverwezen naar het hof te 's-Gravenhage voor een inhoudelijke behandeling van het hoger beroep op basis van het oude artikel 416 Sv Pro. Hiermee wordt de niet-ontvankelijkverklaring wegens gebrek aan een rechtens te respecteren belang ongedaan gemaakt.
De uitspraak benadrukt het belang van correcte toepassing van overgangsrechtelijke bepalingen bij de beoordeling van ontvankelijkheid in hoger beroep en waarborgt dat verdachte een eerlijke procedure krijgt volgens de op het moment van het vonnis geldende regels.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling van het hoger beroep.