ECLI:NL:HR:2009:BI3554

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 mei 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/01415
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • F.H. Koster
  • J.P. Balkema
  • J.W. Ilsink
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRMArt. 81 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 4 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in cassatie

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch waarin verdachte was veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf jaar. Het beroep werd ingesteld door de verdachte die op dat moment in voorlopige hechtenis zat.

De Hoge Raad constateert dat de redelijke termijn voor het indienen van stukken in cassatie met twee dagen is overschreden en dat de totale duur van de cassatieprocedure meer dan zestien maanden bedroeg. Dit leidt tot een schending van het recht op een eerlijk proces zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM.

Als gevolg hiervan vernietigt de Hoge Raad het bestreden arrest uitsluitend voor wat betreft de duur van de opgelegde straf en vermindert deze tot vier jaar en negen maanden. Het beroep wordt voor het overige verworpen, en er zijn geen andere gronden voor vernietiging gevonden.

De uitspraak benadrukt het belang van de redelijke termijn in strafprocedures, zeker wanneer de verdachte in voorlopige hechtenis verkeert, en bevestigt dat termijnoverschrijding kan leiden tot strafvermindering.

Uitkomst: De gevangenisstraf is verminderd tot vier jaar en negen maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn in cassatie.

Uitspraak

12 mei 2009
Strafkamer
Nr. 08/01415
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 17 oktober 2007, nummer 20/000019-07, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1959, ten tijde van de betekening van de aanzegging gedetineerd in Penitentiaire Inrichting "Zuid-Oost, locatie Maashegge" te Overloon.
1. Geding in cassatie
1.1. Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. J.J.D. van Doleweerd, advocaat te Utrecht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Jörg heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad constateert dat de redelijke termijn voor de inzending der stukken met twee dagen is overschreden en tot vernietiging van het bestreden arrest wegens overschrijding van de termijn voor de behandeling van een strafzaak in cassatie, doch slechts ten aanzien van de opgelegde straf en tot vermindering daarvan en tot verwerping van het beroep voor het overige.
1.2. De raadsvrouwe mr. M.L. Plas, advocaat te Utrecht, heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.
2. Beoordeling van het tweede middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Beoordeling van het eerste middel
3.1. Het middel behelst de klacht dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden omdat de stukken te laat door het Hof zijn ingezonden.
3.2. Het middel is gegrond. Voorts doet de Hoge Raad in deze zaak waarin de verdachte zich in voorlopige hechtenis bevindt, uitspraak nadat meer dan zestien maanden zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Een en ander brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf van vijf jaren.
4. Slotsom
Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.
5. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;
vermindert deze in die zin dat deze vier jaren en negen maanden beloopt;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en J.W. Ilsink, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 12 mei 2009.