ECLI:NL:HR:2009:BI0938
Hoge Raad
- Herziening
- A.J.A. van Dorst
- W.A.M. van Schendel
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek wegens onvoldoende bewijs onbetrouwbaarheid geuridentificatieproef
De aanvrager verzocht om herziening van een arrest waarin hij was veroordeeld voor gewapende overval, mede gebaseerd op een geuridentificatieproef uitgevoerd in 2004. De proef betrof het matchen van geurmonsters van een sleutel en telefoon met een buisje gehouden door de verdachte.
De aanvrage stelde dat de proef mogelijk niet 'blind' was uitgevoerd, verwijzend naar onderzoeken waaruit bleek dat geuridentificatieproeven in de periode 1997-2006 door de geurhondendienst Noord- en Oost-Nederland regelmatig niet volgens protocol werden uitgevoerd. Dit zou de betrouwbaarheid van de bewijsmiddelen ondermijnen en mogelijk tot vrijspraak leiden.
De Hoge Raad oordeelde dat de enkele omstandigheid dat de proef plaatsvond in een ruimte van de afdeling speurhonden te Nunspeet niet voldoende is om aan te nemen dat de proef onbetrouwbaar was. Het proces-verbaal vermeldde geen concrete aanwijzingen dat de betrokken speurhondengeleiders tot de problematische oefengroep behoorden. Ook ontving de aanvrager geen brief van het Openbaar Ministerie die normaal gesproken werd gestuurd bij twijfel over de geurproeven.
Gelet op het ontbreken van concrete feiten die het vermoeden van onbetrouwbaarheid ondersteunen, concludeerde de Hoge Raad dat het verzoek tot herziening ongegrond is en wees het af. De eerdere veroordeling blijft daarmee in stand.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening wordt afgewezen wegens onvoldoende aanwijzingen voor onbetrouwbaarheid van de geuridentificatieproef.