ECLI:NL:HR:2009:BI0262

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 april 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/00223 H
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Herziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing herzieningsverzoek wegens onvoldoende nieuwe gronden in zaak feitelijke aanranding eerbaarheid

De zaak betreft een verzoek tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Politierechter te Almelo, waarbij de aanvrager was veroordeeld voor feitelijke aanranding van de eerbaarheid. De oorspronkelijke straf bestond uit een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken met een proeftijd van twee jaar, een taakstraf van tachtig uur, subsidiair veertig dagen hechtenis, en een schadevergoedingsmaatregel.

Eerder had de Hoge Raad op 23 mei 2006 een soortgelijk verzoek tot herziening reeds afgewezen. Het huidige verzoek steunt op dezelfde gronden die toen ongenoegzaam zijn geoordeeld. Daarom oordeelt de Hoge Raad dat het verzoek niet kan worden ontvangen en verklaart zij het niet-ontvankelijk.

De beslissing werd genomen door de Strafkamer van de Hoge Raad op 7 april 2009, waarbij de vice-president als voorzitter en twee raadsheren het arrest hebben gewezen. Hiermee blijft het oorspronkelijke vonnis ongewijzigd en wordt de rechtsgang voortgezet zonder herziening.

Uitkomst: Het verzoek tot herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende nieuwe gronden.

Uitspraak

7 april 2009
Strafkamer
nr. 09/00223 H
SM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op een aanvrage tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te Almelo van 4 april 2005, nummer 08/005450-04, ingediend door mr. R.F. Speijdel, advocaat te Enschede, namens:
[Aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1951, wonende te [woonplaats].
1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
De Politierechter heeft de aanvrager ter zake van "feitelijke aanranding van de eerbaarheid" veroordeeld tot twee weken gevangenisstraf voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren, en tot een taakstraf bestaande uit een werkstraf voor de duur van tachtig uren, subsidiair veertig dagen hechtenis. Voorts heeft de Politierechter de vordering van de benadeelde partij toegewezen zoals in het vonnis vermeld en een schadevergoedingsmaatregel opgelegd.
2. De aanvrage tot herziening
De aanvrage tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
3. Beoordeling van de aanvrage
Bij arrest van de Hoge Raad van 23 mei 2006, LJN AX6437 is een eerdere aanvrage tot herziening van het vonnis van de Politierechter afgewezen. Nu de aanvrage steunt op gronden die in deze beslissing ongenoegzaam zijn geoordeeld, kan zij niet worden ontvangen.
4. Beslissing
De Hoge Raad verklaart de aanvrage niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren W.F. Groos en C.H.W.M Sterk, in bijzijn van de waarnemend griffier L.J.J. Okker-Braber, en uitgesproken op 7 april 2009.