ECLI:NL:HR:2009:BH7603

Hoge Raad

Datum uitspraak
29 mei 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/04876
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 350 lid 3 sub f FaillissementswetArt. 81 Wetboek van Rechtsvordering
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging schuldsaneringsregeling en toetsing cassatie

De zaak betreft een verzoek tot cassatie tegen het arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch, waarin het hof het vonnis van de rechtbank Breda heeft bekrachtigd dat de toepassing van de schuldsaneringsregeling van verzoekster tussentijds beëindigde. De bewindvoerder had de voordracht tot beëindiging gedaan, waarna de rechtbank en het hof dit hebben bevestigd.

Verzoekster stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof, maar de Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81 van Pro het Wetboek van Rechtsvordering is geen nadere motivering vereist omdat de klachten geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten.

De Hoge Raad verwerpt het beroep en bevestigt daarmee de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling op grond van artikel 350 lid 3 onder Pro f van de Faillissementswet. Het arrest is gewezen door de raadsheren Hammerstein, Bakels en Asser en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Numann op 29 mei 2009.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling blijft van kracht.

Uitspraak

29 mei 2009
Eerste Kamer
08/04876
EV/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoekster],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos.
Verzoekster zal hierna ook worden aangeduid als [verzoekster].
1. Het geding in feitelijke instanties
De bewindvoerder heeft bij de rechtbank Breda een voordracht gedaan tot tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling van [verzoekster].
De rechtbank heeft, na een mondelinge behandeling, bij vonnis van 10 juli 2008 de toepassing van de schuldsaneringsregeling beëindigd.
Tegen dit vonnis heeft [verzoekster] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
Na een mondelinge behandeling heeft het hof bij arrest van 18 november 2008 het vonnis waarvan beroep bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal D.W.F. Verkade strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren, A. Hammerstein, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 29 mei 2009.