ECLI:NL:HR:2009:BH3678
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- H.A.G. Splinter-van Kan
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Nietigheid betekening appeldagvaarding wegens ontbreken poging tot uitreiking op opgegeven adres
In deze zaak stond de geldigheid van de betekening van de dagvaarding in hoger beroep centraal. Verdachte was bij verstek veroordeeld door de Politierechter en stelde hoger beroep in. De appeldagvaarding werd uitgereikt aan de griffier omdat geen woon- of verblijfplaats van verdachte bekend was. Uit de stukken bleek echter niet dat geprobeerd was de dagvaarding te betekenen op het adres dat verdachte bij het instellen van het hoger beroep had opgegeven.
De Hoge Raad herhaalde de relevante overwegingen uit eerdere jurisprudentie (HR LJN AD5163) dat onbekendheid van een feitelijke woon- of verblijfplaats niet kan worden aangenomen indien niet is getracht de dagvaarding op een voor de hand liggend en niet achterhaald adres te betekenen. Omdat niet was geprobeerd de dagvaarding op het opgegeven adres te betekenen, was de betekening niet behoorlijk.
Gelet hierop verklaarde de Hoge Raad de appeldagvaarding nietig en vernietigde het bestreden arrest van het Gerechtshof. De zaak werd terugverwezen voor hernieuwde berechting. Dit arrest benadrukt het belang van correcte betekening en de rechten van de verdachte in het hoger beroep.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de appeldagvaarding nietig wegens het ontbreken van een poging tot betekening op het opgegeven adres.