ECLI:NL:HR:2009:BH1998
Hoge Raad
- Cassatie
- A. Hammerstein
- O. de Savornin Lohman
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Bevestiging arrest over stuiting en aanvang verjaringstermijn in verbintenissenrecht
ING BHF-BANK Aktiengesellschaft heeft een vordering van €306.301,64 met rente en kosten ingesteld tegen meerdere gedaagden. De rechtbank 's-Gravenhage wees de vordering af, welke uitspraak door het gerechtshof werd bekrachtigd. ING stelde daarop beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van ING verworpen. De klachten van ING konden geen cassatiegrond opleveren en behoefden geen nadere motivering, mede gelet op artikel 81 van Pro het Wetboek van Rechtsvordering. De Hoge Raad bevestigde daarmee de rechtspraak over de stuiting en het aanvangstijdstip van de verjaringstermijn in het verbintenissenrecht.
De Hoge Raad veroordeelde ING tevens in de proceskosten van het geding in cassatie. Het arrest werd gewezen door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken door een vierde raadsheer op 10 april 2009.
Uitkomst: Het cassatieberoep van ING wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bekrachtigd.