ECLI:NL:HR:2009:BG8968

Hoge Raad

Datum uitspraak
17 februari 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07/13241 B
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • F.H. Koster
  • J.P. Balkema
  • J.W. Ilsink
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 552a Sv
Verwijzingen
2 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid in cassatie bij gebrek aan belang bij teruggave honden

Klager had bij de Rechtbank te 's-Gravenhage een klaagschrift ingediend met het verzoek tot teruggave van twee honden die onder hem in beslag waren genomen. De rechtbank verklaarde dit klaagschrift op 12 december 2006 ongegrond. Vervolgens oordeelde de Politierechter bij vonnis van 24 juli 2007 dat de honden onttrokken waren aan het verkeer. Dit vonnis is onherroepelijk geworden.

Gezien het onherroepelijke karakter van het vonnis waarbij de honden aan het verkeer zijn onttrokken, heeft de Hoge Raad geoordeeld dat klager geen belang meer heeft bij het cassatieberoep tegen de beschikking van de rechtbank. Hierdoor is klager niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep.

De beslissing werd genomen door de Strafkamer van de Hoge Raad op 17 februari 2009. De advocaat-generaal had reeds geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van klager. De Hoge Raad bevestigde dit advies en wees het beroep af wegens gebrek aan belang.

Uitkomst: Klager is niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens gebrek aan belang bij teruggave van de honden.

Uitspraak

17 februari 2009
Strafkamer
nr. 07/13241 B
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank te 's-Gravenhage van 12 december 2006, nummer RK 06/2272, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door:
[Klager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984, thans zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft mr. R.T.R.F. Carli, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld.
De Advocaat-Generaal Schipper heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de klager in zijn cassatieberoep.
2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
De Rechtbank heeft bij beschikking van 12 december 2006 het klaagschrift van de klager strekkende tot teruggave van twee onder [betrokkene 1] inbeslaggenomen honden, ongegrond verklaard. Bij de stukken bevindt zich een vonnis van 24 juli 2007 van de Politierechter in de Rechtbank te 's-Gravenhage in de strafzaak tegen [betrokkene 1]. De Politierechter heeft bij dat vonnis de in het klaagschrift bedoelde honden onttrokken aan het verkeer. Dat vonnis is blijkens de door de Rechtbank te 's-Gravenhage aan de Hoge Raad verstrekte inlichtingen inmiddels onherroepelijk geworden. Dat brengt mee dat de klager bij gebrek aan belang in het cassatieberoep niet kan worden ontvangen.
3. Beslissing
De Hoge Raad verklaart de klager niet-ontvankelijk in het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en J.W. Ilsink, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, in raadkamer en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 februari 2009.