ECLI:NL:HR:2009:BG6455
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C.J.J. van Maanen
- C. Schaap
- A.H.T. Heisterkamp
- M.W.C. Feteris
- Rechtspraak.nl
Toepassing van artikel 10 Successiewet op turbotestament en successierecht
Belanghebbende erfde uit de nalatenschap van zijn vader, die was overleden in 2002. De vader had eerder uit de nalatenschap van de moeder een legaat ontvangen met vruchtgebruik en was gehuwd in gemeenschap van goederen. De blote eigendom van de nalatenschap was verdeeld tussen de kinderen. De Inspecteur legde een aanslag successierecht op aan belanghebbende, gebaseerd op artikel 10 van Pro de Successiewet, ter hoogte van €125.358.
Belanghebbende betwistte de toepassing van artikel 10 SW Pro, maar zowel de Rechtbank Haarlem als het Hof Amsterdam bevestigden de aanslag. De Hoge Raad oordeelde dat de verkrijging krachtens erfrecht plaatsvond en dat de rechtshandelingen van de vader bij de uitvoering van het legaat aan de voorwaarden van artikel 10 SW Pro voldeden.
De Hoge Raad verwierp het argument dat de eerdere heffing van successierecht over de blote eigendom in mindering gebracht kon worden op de huidige aanslag. De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep ongegrond en wees geen proceskosten toe.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt de toepassing van artikel 10 Successiewet op de turbotestament verkrijging.