ECLI:NL:HR:2009:BG5978
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewezenverklaring en verwerping cassatie bij valsheid in geschrift met vervalste cheque
De zaak betreft het cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, waarin hij werd bewezen verklaard dat hij op 2 augustus 2002 te Born opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een vervalste cheque van een Spaanse bank ter waarde van 183.000 euro. Het hof achtte bewezen dat verdachte de cheque valselijk had gewijzigd en met listige kunstgrepen bankmedewerkers had bewogen tot bijboeking van het bedrag op zijn bankrekening.
Het hof gebruikte als bewijsmiddel onder meer een verklaring van verdachte afgelegd bij de politie op 19 februari 2005, hoewel het ook had overwogen geen verklaringen van verdachte tussen 18 en 20 februari 2005 te gebruiken. De Hoge Raad oordeelt dat dit formele bezwaar niet tot cassatie leidt, omdat een gelijkluidende verklaring van verdachte op 27 oktober 2006 tegenover de rechter-commissaris is afgelegd.
Verder verwierp het hof het verweer dat verdachte niet wist dat de cheque vals was, mede gelet op het ontbreken van bewijs voor het bestaan van de vermeende derde betrokkene en het gebruik van valse identiteiten door verdachte. De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof en verwerpt het cassatieberoep.
De uitspraak bevestigt de bewezenverklaring en de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de strafvervolging, ondanks de formele inconsistentie in het gebruik van verklaringen als bewijsmiddel.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de bewezenverklaring van het gebruik van een vervalste cheque.