ECLI:NL:HR:2009:BG1874

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 januari 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
C07/177HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 178 LandinrichtingswetArt. 182 LandinrichtingswetArt. 212 LandinrichtingswetArt. 213 LandinrichtingswetArt. 214 Landinrichtingswet
Verwijzingen
8 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging vonnis inzake verrekening waardevermindering bij ruilverkaveling

In deze zaak heeft eiser bij de ruilverkaveling Marshoek-Hoonhorst bezwaren ingediend tegen de lijst der geldelijke regelingen, met name over de waardevermindering van gronden die hij inruilde en de toedeling van gronden binnen een grondwaterbeschermingsgebied en grenzend aan natuurgebied.

De Landinrichtingscommissie en de rechtbank verwierpen de bezwaren, stellende dat de waardevermindering niet door de ruilverkaveling was veroorzaakt, maar door besluiten van het provinciebestuur buiten het landinrichtingsplan om. De rechtbank vond dat de realisering van het waterwingebied ook zonder ruilverkaveling zou zijn doorgegaan.

De Hoge Raad oordeelt dat de rechtbank onjuist heeft geoordeeld voor zover de waardevermindering samenhangt met de toedeling van gronden binnen het grondwaterbeschermingsgebied en nabij natuurgebied, omdat deze nadelen wel degelijk door de ruilverkaveling zijn veroorzaakt. Daarom moet bij de tweede schatting rekening worden gehouden met deze waardevermindering en dient de lijst der geldelijke regelingen daarop te worden aangepast.

De Hoge Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank Zwolle-Lelystad en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling en beslissing. De Landinrichtingscommissie wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Uitkomst: Het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor herbeoordeling van de waardevermindering en verrekening in de lijst der geldelijke regelingen.

Uitspraak

9 januari 2009
Eerste Kamer
Nr. C07/177HR
EV/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
DE LANDINRICHTINGSCOMMISSIE VOOR DE RUILVERKAVELING "MARSHOEK-HOONHORST",
zetelende te Zwolle,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. M.W. Scheltema.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en de Landinrichtingscommissie.
1. Het geding in feitelijke instanties
[Eiser] heeft als reclamant in de ruilverkaveling "Marshoek-Hoonhorst" bij brief van 13 december 2005 vijf bezwaren tegen de lijst der geldelijke regelingen ingediend. De bezwaren zijn op 22 februari en 26 juni 2006 behandeld door de Landinrichtingscommissie. Die behandeling heeft ten aanzien van het eerste en het vijfde bezwaar niet tot overeenstemming tussen partijen geleid. Ook de rechter-commissaris, die deze bezwaren heeft behandeld op 18 september 2006, heeft ten aanzien daarvan geen overeenstemming tussen partijen kunnen bewerkstelligen, waarna hij partijen heeft verwezen naar de zitting van de Rechtbank Zwolle-Lelystad.
De rechtbank heeft bij vonnis van 18 april 2007 de bezwaren ongegrond verklaard.
Het vonnis van de rechtbank is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het vonnis van de rechtbank heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Landinrichtingscommissie heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor de Landinrichtingscommissie mede door R.T. Wiegerink, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot vernietiging van het bestreden vonnis, met verwijzing naar het hof van het ressort.
De advocaat van de Landinrichtingscommissie heeft bij brief van 6 november 2008 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen
3.1 Middel I betreft het bezwaar van [eiser] dat bij de tweede schatting ten onrechte de waardevermindering van zijn bedrijf als gevolg van de komst van Vitens in het blok buiten beschouwing is gelaten. [Eiser] heeft ter toelichting van dat bezwaar, onder meer, betoogd dat hij schade lijdt als gevolg van het waterwingebied van Vitens en het grondwaterbeschermingsgebied. De toedeling ligt geheel in het grondwaterbeschermingsgebied en grenst bovendien over een lengte van een kilometer aan natuurgebied, waardoor de exploitatie van de grond wordt belemmerd. De hierdoor veroorzaakte minderwaarde van de aan hem toegedeelde gronden wil [eiser] bij de lijst der geldelijke regelingen vergoed zien. De rechtbank heeft dit betoog verworpen op grond van haar oordeel dat de gestelde waardevermindering, wat daarvan zij, niet is veroorzaakt door de ruilverkaveling. De beslissing tot aanwijzing van het waterwingebied en het grondwaterbeschermingsgebied is genomen door het provinciebestuur buiten het landinrichtingsplan om. Dat de Landinrichtingscommissie haar medewerking heeft verleend aan de uitvoering van die beslissing door middel van de toedeling aan Vitens in het aangewezen waterwingebied, leidt niet tot een ander oordeel. Er mag immers van worden uitgegaan dat de realisering van het waterwingebied zonder ruilverkaveling ook was doorgegaan, aldus de rechtbank.
3.2 Dit oordeel is in zoverre juist, dat met de gestelde waardevermindering inderdaad geen rekening behoeft te worden gehouden voor zover aan [eiser] gronden zijn toegedeeld ter vervanging van door hem ingebrachte gronden die eveneens in het - naar de Hoge Raad begrijpt op het tijdstip van de terinzagelegging van het plan van toedeling reeds vastgestelde of voorzienbare - grondwaterbeschermingsgebied lagen onderscheidenlijk die aan het door [eiser] bedoelde natuurgebied grensden. In zoverre zou [eiser] de gestelde schade wegens waardevermindering van zijn gronden immers ook zonder ruilverkaveling hebben geleden.
3.3 Het oordeel van de rechtbank is echter onjuist, en in zoverre slaagt de rechtsklacht van het middel, voor zover het gaat om waardevermindering die daaraan valt toe te schrijven dat aan [eiser] ter vervanging van door hem ingebrachte gronden die buiten het grondwaterbeschermingsgebied liggen, gronden zijn toegedeeld die binnen dat gebied liggen, en daaraan dat [eiser] als gevolg van de ruilverkaveling meer grond heeft gekregen die aan het door hem bedoelde natuurgebied grenst. Indien die waardeverminderingen zich inderdaad voordoen zijn dat nadelen voor [eiser] die wel degelijk door de ruilverkaveling zijn veroorzaakt. Daaraan behoort bij de tweede schatting niet te worden voorbijgegaan en de lijst van geldelijke regelingen behoort te voorzien in een verrekening daarvan. De door de rechtbank vermelde omstandigheid dat de beslissing tot aanwijzing van het waterwingebied en het grondwaterbeschermingsgebied is genomen door het provinciebestuur buiten het landinrichtingsplan om maakt dit niet anders.
De overige klachten van het middel behoeven geen behandeling.
3.4 Middel II kan niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten van dat middel niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt het vonnis van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 18 april 2007;
verwijst het geding naar die rechtbank ter verdere behandeling en beslissing;
veroordeelt de Landinrichtingscommissie in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [eiser] begroot op € 465,50 aan verschotten en € 2.600,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren J.C. van Oven, F.B. Bakels, C.A Streefkerk en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 9 januari 2009.