ECLI:NL:HR:2009:BC2875
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Niet in stand houden van fosfaatheffing wegens overschrijding nauwkeurigheidsnorm in mineralenaangiftesysteem
De zaak betreft vijftien cassatieprocedures over heffingen op basis van de Meststoffenwet, met name het mineralenaangiftesysteem (MINAS) dat van 1998 tot 2005 gold. Dit systeem kende twee methoden voor het bepalen van de heffingsgrondslag: forfaitaire en verfijnde mineralenheffingen, waarbij de laatste zoveel mogelijk gebaseerd was op werkelijke hoeveelheden fosfaat en stikstof.
De ministeriële regeling bepaalde dat de bepaling van stikstof- en fosfaatgehaltes via steekproefonderzoek moest plaatsvinden, met een maximale toegestane afwijking van 15% in 95% van de analyses. Uit onderzoek bleek echter dat het fosfaatgehalte met meer dan deze norm kon afwijken, waardoor de fosfaatheffing niet aan de wettelijke nauwkeurigheidseis voldeed.
Advocaat-generaal Niessen concludeerde dat de fosfaatheffing niet in stand kan blijven vanwege deze overschrijding. Hij oordeelde verder dat de nauwkeurigheidsnorm zelf niet in strijd is met het recht, en dat het MINAS-systeem niet strijdig is met Europese regelgeving zoals de Nitraatrichtlijn of het EG-verdrag. Ook is er geen schending van het eigendomsrecht volgens het EVRM.
In zaken waarin de Minister cassatie instelde, werd het beroep gegrond verklaard behalve voor de fosfaatheffing, die door het hof terecht was vernietigd. In de overige zaken werd het beroep gegrond verklaard voor zover het de fosfaatheffing betrof, die ten onrechte niet was vernietigd. De uitspraak is niet gepubliceerd.
Uitkomst: De fosfaatheffing binnen het mineralenaangiftesysteem wordt niet in stand gehouden vanwege overschrijding van de toegestane nauwkeurigheidsnorm.