ECLI:NL:HR:2009:AZ2238
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- A.R. Leemreis
- J.A.C.A. Overgaauw
- Rechtspraak.nl
Vernietiging hofuitspraak over emigratieheffing aanmerkelijkbelanghouder in strijd met belastingverdrag en EG-Verdrag
Aan belanghebbende is voor het jaar 1998 een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd die na bezwaar door de inspecteur werd gehandhaafd. Het hof verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de inspecteur en verminderde de aanslag. De Staatssecretaris stelde tegen deze uitspraak beroep in cassatie in, belanghebbende stelde een incidenteel beroep in cassatie in.
De Hoge Raad verklaarde het incidentele beroep niet-ontvankelijk en verklaarde het principale beroep van de Staatssecretaris gegrond. De uitspraak van het hof werd vernietigd, evenals de uitspraak van de inspecteur en de aanslag voor het deel dat betrekking had op inkomen uit aanmerkelijk belang volgens artikel 20a, lid 6, Wet op de inkomstenbelasting 1964.
Met toepassing van artikel 8:72, lid 3, Awb werden de rechtsgevolgen van de aanslag in stand gelaten. De Hoge Raad wees de kosten van het geding voor het hof toe aan de inspecteur, te vergoeden door de Staat. De zaak betrof de vraag of de emigratieheffing in strijd was met het belastingverdrag met België en het EG-Verdrag, waarop de Hoge Raad oordeelde dat het beroep van belanghebbende op het gemeenschapsrecht slaagde en het hofbesluit niet in stand kon blijven.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en de aanslag voor het deel van het inkomen uit aanmerkelijk belang, verklaart het incidentele beroep niet-ontvankelijk en handhaaft de rechtsgevolgen van de aanslag.